Glas beoordelen volgens de VGI-richtlijnen

Een correcte glasbeoordeling begint bij de juiste kennis. In dit artikel lichten we de belangrijkste VGI-richtlijnen toe en geven we praktische handvatten om glas correct en objectief te beoordelen.

Inspectie glas

10 aandachtspunten voor een objectieve beoordeling van isolerende beglazing

Bij de oplevering van een project wordt beglazing vaak kritisch bekeken. Dat is logisch: glas is een van de meest zichtbare onderdelen van een gebouw. Een kleine insluiting, kras of vervorming roept al snel vragen op.

Toch is niet elke zichtbare afwijking een productiefout.

Om discussies te vermijden, heeft de glasindustrie duidelijke beoordelingsrichtlijnen opgesteld. De VGI-nota en de Europese norm EN 1279 bepalen onder welke omstandigheden glas beoordeeld wordt en welke afwijkingen aanvaardbaar zijn.

Onderstaande aandachtspunten helpen om een klacht op een objectieve manier te beoordelen.

1. Controleer eerst de beoordelingsomstandigheden

Nog vóór de afwijking zelf beoordeeld wordt, moet worden nagegaan of de inspectie correct gebeurt. Dat lijkt een detail, maar in de praktijk ontstaan net hier de meeste discussies.

Volgens de VGI wordt isolerende beglazing beoordeeld:

  • bij diffuus daglicht;
  • zonder rechtstreeks zonlicht;
  • zonder kunstlicht of zaklamp;
  • vanaf een afstand van minstens 3 meter;
  • vanuit een zo loodrecht mogelijke kijkhoek;
  • gedurende maximaal één minuut per vierkante meter beglazing.

Een afwijking die enkel zichtbaar wordt wanneer men de ruit met een bouwlamp of smartphone inspecteert, vormt geen representatieve beoordeling van het normale gebruik. Ook het vooraf markeren van een vermeende fout is niet toegestaan, omdat dit de waarneming beïnvloedt.

Een objectieve beoordeling houdt ook rekening met de context.

Stel jezelf daarom steeds de volgende vragen:

  • Is de afwijking zichtbaar onder normale gebruiksomstandigheden?
  • Bevindt ze zich in het directe zichtveld?
  • Heeft ze invloed op de prestaties van de beglazing?
  • Is de afwijking ontstaan tijdens productie, transport, plaatsing of later op de werf?

Door deze vragen systematisch te overlopen, wordt een groot deel van de discussies al in een vroeg stadium opgelost.

Praktische tip: Wordt een klacht gemeld op basis van foto's die vanop enkele centimeters afstand of met een zaklamp werden genomen? Herhaal de beoordeling steeds onder de officiële inspectievoorwaarden.

2. Lokaliseer de afwijking

Een afwijking wordt niet overal op dezelfde manier beoordeeld.

Daarom verdeelt de VGI een ruit in drie beoordelingszones.

R-zone

De zone die door de sponning of randafdichting wordt afgedekt. Visuele afwijkingen in deze zone zijn in de praktijk niet zichtbaar en worden daarom anders beoordeeld.

E-zone

De randzone van 50 mm langs de zichtbare omtrek. Ook hier gelden ruimere toleranties dan in het centrale kijkvlak.

M-zone

De centrale zichtzone. Hierdoor kijkt de gebruiker dagelijks naar buiten. Daarom gelden in deze zone de strengste aanvaardingscriteria voor puntfouten, krassen en andere visuele afwijkingen.

Belangrijk

De locatie van een afwijking is vaak even bepalend als de afwijking zelf. Een kleine insluiting kan aanvaardbaar zijn in de randzone, maar niet in het centrale zichtveld.

3. Kleine puntjes of luchtinsluitingen: wanneer zijn ze aanvaardbaar?

Kleine puntjes of luchtinsluitingen behoren tot de meest voorkomende opmerkingen na plaatsing van isolerende beglazing.

Het is belangrijk om eerst na te gaan:

  • bevinden de puntjes zich werkelijk ín het glas of gaat het om vuil op het oppervlak?
  • in welke beoordelingszone bevinden ze zich (rand of midden)?
  • hoeveel puntjes zijn er aanwezig?
  • hoe groot zijn ze?

De VGI beoordeelt puntfouten nooit afzonderlijk, maar altijd in functie van hun grootte, aantal, ligging en de afmetingen van de ruit. Een kleine insluiting in de randzone is daarom vaak volledig aanvaardbaar, terwijl dezelfde fout in het centrale zichtveld anders beoordeeld wordt.

Praktische tip: Een afzonderlijk puntje betekent niet automatisch dat de beglazing afgekeurd wordt. Controleer altijd eerst de ligging en vergelijk de afwijking met de VGI-criteria.

4. Krassen: voelbaar of niet?

Niet elke kras leidt tot een afkeur.

Maak eerst onderscheid tussen:

Situatie

Beoordeling

Haarkras die niet voelbaar is met de nagel

Vaak aanvaardbaar, op voorwaarde dat geen cluster ontstaat

Voelbare kras

Verder beoordelen volgens lengte, ligging en aantal

Meerdere krassen dicht bij elkaar

Worden als cluster beoordeeld en kunnen aanleiding geven tot afkeur

De VGI houdt niet alleen rekening met de lengte van een kras, maar ook met de totale lengte van meerdere krassen binnen dezelfde beoordelingszone.

Ook hier geldt opnieuw dat de ligging op de ruit bepalend is.

5. Interferentie: regenboogkleuren zijn geen fabricagefout

Olievlek

Interferentie herken je aan regenboogachtige of olieachtige kleurpatronen die onder bepaalde lichtomstandigheden zichtbaar worden.

Dit verschijnsel ontstaat doordat lichtgolven elkaar versterken of uitdoven tussen twee perfect vlakke glasoppervlakken. De interferentieringen veranderen van vorm of verplaatsen zich wanneer er druk wordt uitgeoefend op het midden van de isolerende beglazing.Het gebruik van isolerend glas van verschillende diktes, kan de kans op dit verschijnsel verkleinen. Het bijzondere is dat interferentie net vaker voorkomt bij kwalitatief hoogwaardig geproduceerd glas. En dus vaker bij 2 glasbladen van dezelfde dikte. Het is dus geen teken van een productiefout, maar een natuurkundig verschijnsel waarop de producent en verwerker geen invloed heeft.

6. Hardingsvlekken (anisotropie): zichtbaar onder bepaalde lichtinval

Bij thermisch gehard glas kunnen onder bepaalde licht- en kijkomstandigheden donkere of gekleurde patronen zichtbaar worden. Deze zogenaamde anisotropie ontstaat tijdens het hardingsproces en wordt veroorzaakt door spanningsverschillen in het glas. De patronen zijn meestal enkel zichtbaar onder een specifieke kijkhoek of wanneer gepolariseerd licht aanwezig is, bijvoorbeeld bij een blauwe hemel of wanneer een zonnebril met polarisatiefilter gedragen wordt.

Dit verschijnsel heeft geen invloed op de mechanische sterkte of veiligheid van het glas en wordt niet als fabricagefout beschouwd.

7. Vervormde reflecties: waarom lijkt een gevel soms golvend?

Vervorming glas

Bij grote glaspartijen krijgen we regelmatig de opmerking dat een gevel "golft" of dat rechte lijnen vervormd weerspiegeld worden.

Deze vervormingen ontstaan vooral door:

  • luchtdrukverschillen in de spouw;
  • temperatuurverschillen tussen binnen- en buitenzijde.

Vooral donkere gevels, grote glasoppervlakken en schuine kijkhoeken maken dit effect zichtbaarder.

Zolang de vervormingen binnen de geldende toleranties blijven, zijnde een vervorming (doorbuiging of bolling) van 1/200 van de overspanning. worden ze beschouwd als een normale eigenschap van isolerende beglazing.

8. Kleurverschillen tussen ruiten

Zelfs wanneer twee ruiten volgens exact dezelfde specificaties geproduceerd worden, kunnen lichte kleurverschillen optreden.

Dat kan onder meer veroorzaakt worden door:

  • kleine verschillen in glasdikte;
  • de coating;
  • het ijzergehalte van het basisglas;
  • de lichtinval;
  • de kijkhoek.

De kleurbeleving verandert bovendien voortdurend naargelang het weer, het tijdstip van de dag en de achtergrond.

Lichte kleurverschillen zijn daarom inherent aan glas en vormen op zich geen fabricagefout.

9. Sluit externe invloeden uit

Niet elke beschadiging ontstaat tijdens de productie.

Controleer daarom altijd of de afwijking veroorzaakt kan zijn door externe factoren.

Veel voorkomende oorzaken zijn:

  • slijpspatten;
  • lasvonken;
  • kalk- of cementsluier;
  • verf- of siliconeresten;
  • verkeerd reinigen;
  • metalen deeltjes;
  • beschadigingen tijdens andere werfactiviteiten.

Ook Buildwise wijst erop dat geplaatste beglazing tijdens de verdere afwerking voldoende beschermd moet worden om dergelijke schade te voorkomen.

10. Beoordeel condens correct

Condensvorming wordt vaak gezien als een probleem met het glas, maar dat is lang niet altijd het geval. De locatie van de condens geeft meestal al een goede indicatie van de oorzaak.

  • Condens aan de buitenzijde

Condens op de buitenruit ontstaat vooral tijdens koude, vochtige ochtenden. Omdat moderne hoogrendementsbeglazing nauwelijks nog warmte naar buiten afgeeft, blijft de buitenruit kouder en kan vocht uit de buitenlucht erop condenseren. Dit is geen gebrek, maar net een teken dat de beglazing uitstekend isoleert.

  • Condens aan de binnenzijde

Condens aan de kamerzijde is meestal het gevolg van een hoge luchtvochtigheid in combinatie met onvoldoende ventilatie. De oorzaak ligt dan doorgaans niet bij de beglazing, maar bij het binnenklimaat.

  • Condens in de spouw

Condens of blijvende aandamping in de spouw wijst erop dat vocht is binnengedrongen in de isolerende beglazing. Dat betekent dat de hermetische afdichting haar functie niet langer vervult. Hier is dus wel sprake van een defect.

De oorzaak is echter niet automatisch een fabricagefout. Ook externe factoren kunnen de levensduur van de randafdichting negatief beïnvloeden, zoals:

  • een profiel met onvoldoende afwatering of ventilatie, waardoor de randafdichting langdurig vochtig blijft;
  • een foutieve plaatsing of onvoldoende ondersteuning van de beglazing, waardoor extra spanningen op de randafdichting ontstaan;
  • langdurige blootstelling aan extreme weersomstandigheden of andere externe belastingen.

Daarom onderzoeken we bij condens in de spouw steeds de volledige situatie. Pas na een objectieve beoordeling kan worden vastgesteld of de oorzaak bij de beglazing zelf ligt of bij externe factoren die de levensduur van de isolerende beglazing hebben beïnvloed.

Samen naar een correcte oplossing

Bij Solitherm beseffen we dat een vraag of opmerking over beglazing snel voor onzekerheid kan zorgen. Daarom behandelen we elke melding zo snel mogelijk en beoordelen we elke situatie op een neutrale en objectieve manier, steeds volgens de richtlijnen van het VGI en de geldende Europese normen.

Die objectieve aanpak zorgt voor duidelijkheid. Ze helpt om verwachtingen correct af te stemmen en voorkomt dat beslissingen gebaseerd worden op een subjectieve indruk of emotie.

Wanneer een afwijking buiten de geldende toleranties valt, zoeken we uiteraard samen naar een passende oplossing. Valt ze binnen de aanvaardingscriteria, dan nemen we de tijd om de beoordeling helder toe te lichten.

Ons uitgangspunt is steeds hetzelfde: een correcte, transparante en respectvolle behandeling van elke vraag, met aandacht voor een oplossing waar alle betrokken partijen zich in kunnen vinden.

Via deze link kan je de richtlijnen VGI Nota 03 downloaden.